Voor de breed geïnteresseerden! Onze verenigingen blijven buiten de invloedsfeer van Solvency II en Solvency Basic. (FKB)

Solvency II beschermt consumenten tegen mogelijke solvabiliteitsproblemen bij verzekeraars, door het risico dat verzekeraars lopen transparant in kaart te rengen. Uitgangspunt is de klant (polishouder); die staat centraal.

Solvency II
Op 13 november 2013 hebben het Europese Parlement, de Europese Raad en de Europese Commissie een politiek akkoord bereikt over de Omnibus II Richtlijn. De richtlijn stelt vast dat Solvency II per 1 januari 2016 van kracht wordt.

De Omnibus II Richtlijn brengt een aantal wijzigingen aan in de Solvency II Richtlijn (Richtlijn 2009/138/EC), die reeds in 2009 is aangenomen. In de Omnibus II Richtlijn worden onder meer de overgangsmaatregelen in verband met de invoering van Solvency II, de rol van de toezichtautoriteit EIOPA (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen Autoriteit), en de behandeling van lange termijn producten van verzekeraars geregeld.

Met het akkoord over de Omnibus II Richtlijn zijn de contouren van het Solvency II raamwerk vastgelegd. Deze zullen door de Europese Commissie verder uitgewerkt moeten worden in de lagere regelgeving. Zo worden de hoogte van de kapitaaleisen en de afslag voor kredietrisico op de rentetermijnstructuur in de lagere regelgeving vastgelegd.

Voorbereidende Guidelines
Ter voorbereiding op Solvency II heeft EIOPA in 2013 zogenoemde Preparatory Guidelines uitgebracht betreffende de onderdelen behoorlijk bestuur, eigen risicobeoordeling, preapplicatie proces van interne modellen en rapportagevereisten. EIOPA beoogt hiermee het Europese toezicht op verzekeraars ter voorbereiding op Solvency II meer risicogeoriënteerd en vooruitblikkend te maken. De richtsnoeren, die voor de DNB maatgevend zijn voor de uitwerking van de “lagere” Nederlandse regelgeving, zijn met ingang van 1 januari 2014 van kracht.

Solvency II achtergrond
De opbouw van Solvency II kent drie pijlers die onderling samenhangen:

  • Pilaar 1 richt zich op de kwantificeerbare risico’s en bijbehorende voorzieningen en kapitaaleisen.
  • Pilaar 2 focust op het risicomanagement en bedrijfsvoering van een verzekeraar.
  • Pilaar 3 omvat de eisen ten aanzien van te publiceren informatie en de rapportage aan de toezichthouder.

Onderdeel van Pilaar 1 is een standaardmodel voor de berekening van de solvabiliteitskapitaaleis (SCR). Solvency II biedt verzekeraars de mogelijkheid om in plaats daarvan interne modellen te gebruiken, waarbij wel voorwaarden gelden.

Verzekeraars die deel uitmaken van een groep worden als één economische eenheid beschouwd. Daarom staan zij niet alleen onder individueel toezicht maar ook onder aanvullend groepstoezicht.

Kleine verzekeraars met bruto premie-inkomsten van jaarlijks minder dan 5 miljoen euro of technische voorzieningen van minder dan 25 miljoen euro, vallen niet onder de richtlijn Solvency II. Binnen Nederland wordt voor die groep een aangepast regime ontwikkeld, Solvency II Basic. Dit is in opzet vergelijkbaar met Solvency II maar lichter. De allerkleinste verzekeraars vallen ook weer buiten dat regime.

Ondergrens Solvency II Basic
In het wetsvoorstel voor Solvency II Basic is onder andere geregeld wat de ondergrens van Solvency II Basic wordt. Verzekeraars met bruto premie-inkomsten van minder dan 1 miljoen euro op jaarbasis en technische voorzieningen van minder dan 5 miljoen euro op jaarbasis, zullen buiten het DNB toezicht komen te vallen. Ter bescher ming van de consument is als aanvullende voor waar de gesteld, dat deze kleine verzekeraars geen objecten voor meer dan 10.000 euro mogen verzekeren. De kleine verzekeraars die volledig buiten toezicht komen te vallen, zullen hun klanten expliciet moeten melden dat zij niet onder toezicht staan. Naar verwachting zullen zo’n 80 kleine verzekeraars buiten toezicht komen te vallen.

Grenzen aan het prudentieel toezicht
Er zijn zo’n 175 kleine en/of natura-uitvaartverzekeraars die buiten het reguliere Solvency II raamwerk vallen. Circa 100 verzekeraars komen te vallen onder het Solvency II Basic, terwijl zo’n 75 zeer kleine verzekeraars ook daar buiten zullen staan. Binnen de groep van verzekeraars waarvoor Solvency II Basic gaat gelden, zijn er ongeveer dertig instellingen die nu nog vrijstellingen hebben (zogenoemde VOW-2 regime) maar straks voor het eerst actief met DNB-eisen te maken krijgen.

Een specifieke groep van zo’n 75 zeer kleine, vrijgestelde onderlinge verzekeraars zullen dus buiten de reikwijdte van het toezicht van DNB vallen, omdat de kosten van risicogebaseerd toezicht voor deze groep hoger worden geacht dan de baten.

Tweede kamer
Op 24 mei 2012 heeft de Tweede kamer ingestemd met de wijziging van de Wet op het financieel toezicht (WFT) en het Burgerlijk Wetboek (BW) om te komen tot de implementatie van de richtlijn Solvency II en invoering van een daarop gebaseerd regime voor bepaalde kleinere verzekeraars (Solvency II Basic).